Elektronisch Praktijkexamen

Het Elektronisch Praktijkexamen wordt via de computer gedaan. Tijdens het examen krijgt u op het computerscherm een aantal praktijksituaties te zien. Bijvoorbeeld iemand die lid wil worden van de bibliotheek, of iemand die een gesprekje heeft met zijn chef op het werk. Bij deze praktijksituaties horen vragen. Bij de ene praktijksituatie horen meer vragen dan bij de andere. Daardoor is het examen niet altijd even lang.

De meeste examens hebben 43 vragen. Het komt ook voor dat een examen wat minder vragen heeft. Voor de kans om het examen te halen maakt dat niet uit. U moet minimaal 73% van de vragen goed beantwoorden om te slagen. U krijgt 60 minuten de tijd om het examen te maken. Als u bezig bent met het examen ziet u op het computerscherm precies hoeveel vragen u moet maken en hoeveel vragen u al hebt beantwoord. U kunt voor uzelf dus goed bijhouden hoeveel tijd u nog hebt.

Het praktijkexamen bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit vragen die iedereen krijgt. Dit zijn vragen over hoe dingen gaan in Nederland. Voor het tweede deel kunt u kiezen uit vier soorten onderwerpen, namelijk Werk, Maatschappelijke Participatie, Ondernemerschap of Onderwijs, gezondheid en opvoeding. Deze onderwerpen noemen we profielen. Bekijk hieronder het filmpje.